Schellak:

het basis-materiaal van de 78-toerenplaat:


Met dank aan Wikipedia:

Schellak is een was, gebruikt als afdichtingsmiddel in de houtbewerking, voedingsnijverheid, bij het maken van hoeden en watervaste inkten en als isolatielaagje voor koperdraad van transformatoren en smoorspoelen.

De grondstof wordt gewonnen uit het beschermingsschild van een boomluis (Coccus lacca) , de lak-schildluis), die oorspronkelijk in Indië voorkomt. Schellak wordt verkocht in tabletten of schilfers in verscheidene kleurgradaties van blond tot donker. Het is op zich niet giftig, al kunnen de alcoholdampen waarin het opgelost verwerkt wordt, dat wel zijn.


Schellak is een thermoplastisch materiaal, wat wil zeggen dat het zacht wordt als het verwarmd wordt. In gesmolten toestand kan schellak vermengd worden met een vulmateriaal zoals houtpoeder of een minerale vulstof, en dat onder invloed van druk en temperatuur in een vorm geperst kan worden. In de negentiende eeuw werden van schellak allerlei voorwerpen gemaakt, in de beginperiode van de fotografie o.a. ook kaders om daguerreotypes e ambrotypes in te plaatsen. Later werden allerlei mineralen als vulstof bij schellak gebruikt; hiermee werden o.a. tot circa 1950 de

78-toeren grammofoonplaten geperst, deze waren wel erg breekbaar.


Schellak wordt ook gebruikt in politoer en om beukenhout te bewerken zodat het geschikt is als isolatiesteun in elektrische schakelborden en wordt resarm genoemd.

In voedingsmiddelen is het bekend als E904, glansmiddel.


Schellak werd ook wel gebruikt als isolatiemateriaal voor elektriciteitsdraden. Denk aan een transformator, waarbij de draad strak moet worden opgewikkeld met zo’n dun mogelijk laagje isolatiemateriaal ertussen. Hiervoor werd schellak gebruikt omdat een dun laagje al hele goede elektrische isolatie biedt.


In de horloge-industrie wordt schellak onder andere gebruikt voor het fixeren van de ankerstenen op het anker.